Stukje Sennenhonden geschiedenis
Zoals de meeste dogachtige is ook de Grote Zwitser een afstammeling van de Tibetaanse
mastiff. In europa verschenen deze doggen ongeveer 480 V.C. tijdens een veldslag als vechthonden. Zo’n honderd jaar later komen er nog meer naar Griekenland als cadeau aan Alexander de Grote. Daar kregen ze de naam Molossers, genoemd naar de stam waar de
vrouw van Alexander van afstamde. In de jaren 100 tot 50 V.C. verschenen ze in Rome o.a.
als vechthond in Arena’s. Ook gingen er een aantal naar Engeland die als voorvader van de Mastif genoemd kunnen worden. Omstreeks dezelfde periode gingen er grote honden met de legers van de Romeinen mee als waak en herders honden, o.a. om het vee te bewaken tegen beren en wolven. De kleinere soorten dreven het vee mee over de Alpen, via de Sankt Gotthardpas kwamen zo al deze honden in Helvetia. Door de passen en dalen liepen er wegen naar het noorden waar de plaatselijke bevolking geïsoleerd leefde. Daar zijn toen honden
blijven hangen bij de lokale bevolking aldaar en zijn zo ook geïsoleerd gebleven. Zo zijn de verschillende Sennenhonden ontstaan. Via het Haslidal kwam men in Bern. Daar ontstond de Bernersennenhond. Via een N.O. richting kwamen er honden in het gebied Appensell die
kregen dan ook die streeknaam. Ook ging men door het Emmental naar het noorden. Hier ontstond de Entlebucher Sennen hond. Van daar uit trokken de Romeinen naar het garnizoen
in Rottweil waar deze honden dan weer hun naam aan te danken hebben. De Grote Zwitserse Sennenhond raakte over heel Zwitserland verspreid, misschien wel omdat hij als trekhond mee op reis genomen werd en zo zich verspreide over de bergpassen .Het was natuurlijk ook een beschermer en waker van formaat in deze voor ons onbekende roerige tijd. De Romeinen
worden aangemerkt dat ze overal planten en dieren in Europa verspreid hebben. O.a. de
tamme kastanjebomen, en vissen zoals karpers die als voedsel dienden, en in frankrijk b.v. de Bordeaux dog.

|